Mozambique 2010


Vorige Start Omhoog Volgende


INLEIDING:

Mijn vriend, vis- en kookmaatje Guy maakte ons al lang “warm” voor Mozambique …. Toen ik zijn vakantiekiekjes van vorig jaar bekeek, en daarop een aantal (toevallig) gefotografeerde Krabplevieren zag, stond het vast: we zouden ons dit jaar laten onderdompelen in de “East African Experiance” van Mozambique.
Veel moesten we niet voorbereiden. Guy zocht de vlucht voor ons uit, en we konden verblijven in het kleine kuststadje Mossuril aan de Indische Oceaan, zo’n goeie 200 kilometer ten oosten van Nampula. We zouden er te gast zijn bij Stefaan en Karine. Stefaan is net als ik afkomstig van Houthulst en een vroegere vriend van zowat 20 jaar terug. Met zijn partner Karine hebben ze samen in het noorden van Mozambique 5 jaar geleden hun bedrijfje BELMOZ opgestart.
De verwachtingen waren hoog gespannen want ons maatje Guy had het over wonderbaarlijke visvangsten in de “Little Big-Game” klasse. Met zijn plaatselijke visboot voorzien van een 15 pk BB-motor, zouden we vrijwel elke dag tussen de dolfijnen en de walvissen varen en dagelijks vangsten doen van Goud- en Koningsmakrelen… Zeg daar maar eens “nee” tegen!   
Bovendien is de streek gekend voor zijn smaragdgroene en indigoblauwe waters waar palmbomen over hagelwitte stranden wuiven … Nou?

Och ja, …. kleine bijkomstigheid: Guy en ik kennen elkaar al bijna 30 jaar… We weten dat de mix “Guy & Rudi op reis” altijd garant staat voor enkele schoolvoorbeelden van de wet van Murphy, … dus ook hier waren we op voorbereid…. !


Dag 1 op 2 november 2010 – Vlieghaven Johannesburg

De perikelen beginnen al in Zaventem waar we meer dan 2 uur op ons vliegtuig naar Tripoli moeten wachten. Maar het megagrote portret van Khadafie die ons vals toelacht kan gelukkig niet verhinderen dat we een perfecte aansluiting krijgen vanuit Libië naar Johannesburg.  Hier is het weer even wachten tot onze aansluiting met de LAM naar Maputo.
Maar wie al een keer in de vlieghaven van de Zuid-Afrikaanse hoofdstad is geweest zal weten dat hij er zich niet hoeft te vervelen. Qua infrastructuur waant men zich in een Europese hoofdstad en van op een glas-terras doen we onze eerste vogelwaarnemingen:   Kaapse Rotszwaluw (1), Huismussen (2) en – gierzwaluwen (3) vliegen voorlangs . Twee keer zien we 3 Heilige Ibissen (4) en een Kaapse Witte Kwikstaart (5)  komt op een vleugel zitten. Overal zie je Mandela hier, snuisterijen, beelden, portretten, … Hoe lang nog zal het respect voor deze man Zuid-Afrika bij elkaar houden? Wat zal er na zijn dood met dit land gebeuren?
Na een paar uur kunnen we boarden richting Mozambique.  Na een goed uurtje komen we aan in Maputo..  Aan de balie van de incheck voor Nampula ontspint zich een hevige discussie. Ik hou mij van “den domme” als mijn handbagage veel te zwaar wordt bevonden. Mijn stoïcijns gedrag en engelengeduld die ik aan de dag leg is blijkbaar efficiënter dan mijn Portugees en na een kwartiertje laten ze me erdoor zonder extra kosten. De vlucht blijkt niet rechtstreeks naar Nampula te zijn, maar we krijgen nog een tussenlanding in Beira aan ons broek. Hier aangekomen wordt pas na een halfuurtje eigenlijk de vijfde en meteen laatste vlucht naar Nampula ingezet. Het is drie uur in de namiddag als we er aankomen. Als het vliegtuig richting vlieghaven taxiët zie we een Grijze Wouw (6) biddend prooi zoeken Ondanks een autohuur reservering vanuit thuis, weet men in het Sixt-kantoor van niets en zijn er geen auto’s ter beschikking. Men doet me het voorstel om een Ford pick-up 4X4 voor de zelfde prijs in ontvangst te nemen, waarna ik na wat theater  natuurlijk ook mee instem. Murphy? Omgekeerd dan wel!
In het broeierige Nampula  doen we de nodige boodschappen en terwijl ik alleen in de wagen wacht op Sonja en Guy die inkopen gaan doen, wordt de sfeer een beetje dreigend. Men komt me van alles presenteren (zelfs pornoblaadjes!) en men is er niet blij mee dat ik niets wil kopen. Maar ondanks dat het donker wordt, gebeurd er niets noemenswaardig.  Na het inladen vatten we in volslagen duisternis de 200 kilometer naar Mossuril aan. De honderden zwarte mensen aan de zijkant van de weg zie je slechts op het laatste ogenblik en ik vind het dan ook gevaarlijk rijden. Maar gelukkig gaat alles goed. Van ons vertrekpunt gisteren in Diksmuide is het al 36 uur later als we eindelijk Stef en Karine in onze armen sluiten en ons na enkele frisse biertjes  uitgeput kunnen neer vleien.   

 

Mozambique Dag 2, het is 3 november, kennis maken met een “savannetuin”.

's-morgens wordt ik wakker gemaakt door allerlei vreemde vogelgeluiden. Ik sla het muskietennet weg en trek mijn short aan om binnen de 5 minuten beneden in de tuin te staan en de eerste soorten te determineren. Aan het drinkpoeltje van onze gasten is het een drukte van jewelste. Zwartoog Bulbuul (7) zit hier overal. Het zijn luidruchtige vogels die hun bekende bulbul-zang constant laten horen. In het ondiepe  plasje waar Stef zijn beton (laat) maken komen tientallen vogeltjes zich wassen. Ik kan mooie opnames maken van het  Angolees Blauwfazantje.(8) Verder komen er een tiental Gewone Ekstertjes (9) langs en zien we  Kaapse Tortel. (10). Ik loop naar de achterkant van het huis en zie op een nabijgelegen ruïne een juveniele Kaalkopkiekendief (11) over het dak “wandelen” Er vliegen een paar Afrikaanse Hoppen (12) voorbij en hier en daar vliegt een Savannezwaluw (13) tussen de Roodkruinzwaluwen (14). Er komen een paar Schildraven (15) op het dak van het tuinhuis zitten en de prachtige Roodborst Honingzuigers (16) - het zijn net groot uigevallen kolibries zijn op meerdere plaatsen nectar aan het zuigen uit de bloemen van de Aloe plant. Ik maak mooie foto’s van een mannetje Grote Textorwever (17) die zich komt baden en vervolgens poetsen in de Acaciaboom vlak bij het huis. Dit mooie houten huis is het centrum van het BELMOZ-project wat intussen is uitgegroeid tot een voorbeeld van een kleine onderneming die met eerbied voor de plaatselijke bevolking en respect voor de gewoonten en tradities van het land werkgelegenheid verschaft aan zo’n tiental autochtonen. Wat Stefaan en Karine hebben verwezenlijkt is het draaien van een human-intrest documentaire meer dan waard. Vanuit het niets en met zeer beperkte middelen hebben zij het voor elkaar gekregen om uit enkele  plaatselijke producten zowel verrukkelijke alcoholische dranken, als natuurlijke gezondheid- als schoonheidsproducten te maken. Ze werken vooral met Aloe, een cactusachtige vetplant (die wij kennen als kamerplant), waarvan zij een plantage hebben van meerdere honderden planten rondom hun mooie houten huis. 
Na een voortreffelijk ontbijt ( Jezus, die lekkere kleine broodjes met mangojam!) is het tijd om de hengelspullen op te tuigen en  richting Chocas te rijden waar we Moessa treffen. Het is een blij weerzien tussen Guy en zijn maatje en we besluiten om samen even naar de boot te gaan kijken die op de harde wind aan het dobberen ligt in de plaatselijke baai.
Op het strand komen de lokale vissers hun vangst tonen en we zijn verrukt over de kleuren die deze exotische gevangen vissen nog hebben.  Intussen zien we weer wat vogels: een Geelsnavel Zwarte Wouw (18) komt boven onze hoofden gedag zeggen en ik besluip een Woestijnplevier (19) tot op een 10tal meter. Hiervoor moet ik boven de schijt-putjes van de Mozambiquanen sluipen… maat gelukkig levert die moeite enkele mooie kopportretjes van de plevier op. Samen met de “locals” nemen Guy en Sonja hun eerste duik in de  prachtige blauwgekleurde Indische Oceaan. Als de stoeipartij voorbij is hollen de kinderen over het strand en maken de gekste acrobatensprongen over elkaar. Het witte zand plakt op de negerlijven en als ze voor de foto bevriezen in de meest gekke poses levert dit foto’s op die aan voodoo en  tovenaars doen denken.  De wind van over de Oceaan maakt metershoge golven en Guy zijn dobberende sloep zwalpt hevig heen en weer. Jammer maar vandaag wordt niet gevist…   Dan gaan we maar vogelen! Een vriendelijke jongeman gidst ons naar de nabijgelegen Salina’s (zoutmeren) waar een honderdtal Groenpootruiters (20) geduldig overtijen. Ertussen zitten een paar Poelruiters (21), een tiental Bonte (22), Kleine (23) en veel Krombekstrandlopers (24). Een dertigtal Flamingo’s (25) laten zich goed benaderen maar 3 Nimmerzatten (26) vliegen veel te vroeg op en dit levert enkel wat vliegbeelden op.  We keren terug naar Mossuril via een savannewegje en krijgen enkele prachtige vogels te zien waarvan de Kuiftok (27) de meest bizarre, de Melba Astrild (28) de kleurrijkste en de Wenkbrauwspoorkoekoek (29) de meest geheimzinnig zijn.  Bij het binnenrijden van Mossuril neem ik tenslotte nog even de tijd om de Schildraven vast te leggen.
’s-Avonds zie ik met het laatste licht nog één Dwergbijeneter (30) even in de zon gaan zitten maar kan er helaas nét geen foto’s van nemen. De curry met de tijgergarnalen die Karine ons klaarmaakt smaakt voortreffelijk, en na menig glaasje kruipen we voldaan onder ons muskietnetje in een prefect bedje.

 

Dag 3:  Op 4 november is het mijn verjaardag.

Op om kwart voor vijf en het waait nog… Sonja verrast mij met een leuke verjaardagskaart en we vertrekken met de wagen richting Ilha de Mozambique. Het vogelen verloopt uitstekend en het eerste wat we te zien krijgen zijn de tientallen Smaragdvlekduifjes (31) en Dwergbijeneters. Een mannetje Gestreepte IJsvogel  (32) zit voor zijn vrouwtje te baltsen en spreidt hiervoor zijn vleugels op een eigenaardige ritmische manier. Wat een prachtige “zang” hebben ze toch! Op de elektriciteitsdraad ontdekken we een adulte  Haggedisbuizerd (33). In een boom zit een knalgele Safraanwever (34) en we determineren een mannetje Oranje Bosklauwier (35). Langs de baan is een werfje waar zand gewonnen wordt, en we ontdekken er een kolonietje  Dwergbijeneters. Als we langs de verse nestholletjes parkeren duur het niet lang of we kunnen de nodige foto’s maken van de respectievelijke koppeltjes. Maar ook de Savannezwaluw poseert prachtig voor onze lenzen. We vervolgen onze weg naar Ilha Mozambique en rijden over de smalle brug waar minstens honderd man aan het werken zijn. Het is met de brede 4x4 moeilijk laveren tussen de wit-rood geschilderde olietonnen en nu en dan krijgen we hierbij assistentie van drukdoende bouwvakkers. Het is laagtij en tientallen vissers zijn bezig met het binnenhalen van hun vangst. De zwarte, gespierde lijven vormen een prachtig contrast met het helderblauwe oceaanwater. Buiten een paar Kleine Zilverreigers (36) zijn er echter weinig vogels te zien. Het eiland is mooi en er heerst een fantastische zorgeloze sfeer waar je meteen in opgezogen wordt. We stoppen aan het "schijtstrand" waar de plaatselijke bevolking gewoon op het strand hun gevoeg doe. Alles wordt immers bij vloed weer schoongespoeld... Gelukkig is er niet veel volk en zit de wind gunstig! Een man ligt te slapen voor de ingang van de kerk terwijl zijn transistor radio een geluid produceert waar zelfs hyena’s het moeilijk mee zouden hebben. Bij het standbeeld van Vasco Da Gama bieden een paar jochies oude munten aan uit de tijd van de Verenigde Oostindische Compagnie, maar we laten dit wijselijk aan ons voorbij gaan. Terwijl één van de mannetje op de auto past ontbijten we in de binnentuin van een liefelijk hotelletje.  Wat een lekker eten en wat schitterende plaats! Op de terugweg naar het vaste land gebeurd er bijna iets ernstig. Ik rijd een betonmolen aan die net niet in de oceaan terecht komt, maar gelukkig is er geen schade en met enkel een deuk in onze wagen kunnen we onze weg vervolgen. In de zoutmeren van Lumbo staat een koppeltje Steltkluten (37). Op de terugweg door de Savanne zien we in een palmboom een …. Jawel, Palmgier (37) die zich mooi en lang laat bekijken. We zijn rond de middag weer thuis en eten er een voortreffelijke Cava cava (een soort Berenkrab) met Matapa (stamppot van pindanoten, wilde spinazie, ajuin en tomaten). Wat een verjaardagslunch! Het is al tegen drieën als we weer richting Chocas vertrekken om er langs de oude baan vanuit de auto te gaan vogelen. De vogels zijn echter schuw en we slagen er niet in om ook maar één deftige vogelfoto te maken. We zien wel weer Gestreepte IJsvogels, en Wenkbrauwspoorkoekoek, maar de mooiste beelden komen deze keer van een vervaarlijk uitziende Rosse Mangoest. Prachtige roofdieren zijn het, die dan ook nog eens mooi poseren ook. Nieuw zijn de Roodwangmuisvogel (38), de Roodkruinscharrelaar (39) de Staalvink (40) en de Roestflank Prinia. (41).
We fotograferen ook een vireo-achtige vogel maar kunnen hem vooralsnog niet op naam brengen. Bij de zoutmeren wordt de eerste Leeuwerik gespot. Achteraf dienen de foto’s voor determinatie en blijkt dat het hier om een Roodnekleeuwerik (42) te zijn, maar zoals overal blijkt de geografische variatie van deze vogelfamilie groot en zijn leeuweriken altijd  moeilijk op naam te brengen. Het wordt vijf uur en terwijl de zon onder gaat passeren we een “cerimonia” waar een negerfamilie op het ophitsend ritme van de tam-tam een feestje bouwt. Maar ook wij doen dat! We besluiten om niet uit te gaan en samen met Guy maakt Karine een voortreffelijke krabsalade met het naar zeekraal smakende Siri-siri, geserveerd met zoete aardappeltjes in de pel. Waarschijnlijk het meest merkwaardig verjaardagetentje wat ik ooit voorgeschoteld kreeg! Zalig…. Moet het nog gezegd dat de daarbij passende geestrijke drank rijkelijk vloeide en de verhalen geestiger werden naarmate de avond verstreek?

 

Dag 4,  vandaag is het 5 november  2010

Het is half vijf en de eerste zonnestralen priemen door het luik… De niet nader te determineren vogelpiepjes roepen me naar buiten en ik besluit om mij met het eerste licht te concentreren op de Honingzuigers die in Stef en Karine hun tuin ,komen foerageren op de bloemen van de Aloë-plantage. Dit lukt aardig met een prachtige man van de Roodborst Honingzuiger. Maar ik zie ook een vrouwtje Poederdonsklauwier (43) Intussen zit het waterbadje vol vogeltjes en als nieuwe soorten komen hier het Vuurvinkje (44), verschillende Mozambique Sijsjes (44) en tussen een groepje Gewone Ekstertjes kunnen we nu toch meerdere Reuzenekstertjes (45) determineren. Ook enkele Mozambiquemussen (46) en staalvinkjes zijn van de partij, niet makkelijk die laatste – Widowfinches zijn één van de moeilijkst determineerbare groepen van de Afrikaanse vogelwereld.
Guy maakt voor ons deze middag een heet Thai’s soepje en dat zorgt heel wat deining in  mijn zwakke maag. Samen met Stef en Karine zoeken we deze middag hun Nederlandse vrienden op. Op enkele kilometers van Chocas baten zij de Corral Lodge, een een luxe resort uit.  Maar eerst moet Guy nog wat aan zijn motor doen en gaan we langs Moessa. Het is té warm om te spelen en zijn kleinkinderen zitten dan ook met hun zelfgemaakte speelgoedautootjes in de schaduw. Eerst toont Stef ons een prachtig stukje duin waar we een koppel Geelkeel Langklauw (47) ontdekken.  Langs een meer staat een eenzame Wulp (48) en enkele Kleine Zilverreigers. Hierna rijden we langs de kust tot aan het strandhuisje van Stefaan en Karine, hier komen ze vaak zwemmen en dat dit weer een prachtige locatie is hoeft geen betoog.
 


We vervolgen onze trip tot aan de monding van een rivier die er prachtig bijligt. Dit is de locatie van de Coral Lodge en na de hartelijke begroeting met Bart, de uitbater/manager, zijn Guy en Stefaan meteen in de mood voor een zwempartijtje. Sonja en Karine genieten elk op hun manier van de laatste zonnestralen en, zonder dat ze er erg in hebben, zijn ze voor mij twee twee leuke fotomodellen. Ondertussen laten de mannen  zich zalig meedrijven met de sterke stroming tot de oceaan hen weer op het witte strand werpt. Hier zien we slechts één vogel voor onze soortenlijst; de Mangrove reiger (49) – en weer geen spoor van Krab- of andere plevieren…. daar moet ik het toch eens met Guy over hebben!

De zonsondergang is mooi en na enkele lekker biertjes, waarbij we deze keer ook de bruine versie van de locaal gebrouwen Laurentina Premium proberen, besluiten we om hier te blijven eten. Een half uur later kunnen we allen samen aan tafel. Het eten is verrukkelijk en pas als de sterren fonkelen besluiten we om huis waards te rijden. Het was (weer) een fijne dag!

 

Dag 5, zaterdag 6 november  –  Marktdag. 

’s Ochtends leg ik mij bij de waterplas in de tuin en wacht geduldig op de dorstige vogels. De actie laat niet lang op zich wachten  en al spoedig ben ik weer aan het fotograferen. Buiten de zaadetertjes komen deze keer ook de Roodkop- en   Savannezwaluw langs. Ik maak mooie kopportretjes van de Roodborst Honingzuiger. Het is markt vandaag en dit gaat door net buiten de omheining van het domein van BELMOZ. Even later staan we dan ook midden in de drukte tussen de halnaakte negerlijven. De kleurrijke stoffen en vruchten die hier overal worden aangeboden steken schril af tegen de vaalbruine grond kleuren. Door de gezellige drukte laveert Stefaan met een vriendelijk woord voor iedereen. Je merkt dat ze hun “Patron” heel hoog aanschrijven, er een grenzeloos respect voor kennen maar het “aux serieux” doorprikt hij telkens met een perfecte vorm van Afrikaanse humor.

Het is vanaf de marktplaats een klein wandelingetje tot aan de salina;s (zoutmeren) waar we onderweg een Dwergarend (50) en een Vorkstaartscharrelaar (51) te zien krijgen. Op de zoutmeren zien we enkele Vale Strandplevieren (52) en een groepje Krombekstrandlopers. Terug thuis zien we een Witgatje (53) en een Afrikaanse Dwergijsvogel (54) aan de tuinvijver. Voor lunch eten we in kokosolie gebakken maniok frietjes met een gegratineerd omeletje van krab… neen, meer moet dat niet zijn! Na de siësta willen Sonja en ik via een klein weggetje naar een salina's waar een mangrove langs ligt. Omdat de plaatselijke benzinepomp van Mossuril al dagen stuk is en in onze wagen het reservelampje van de brandstof oplicht, moeten we ergens diesel zien te vinden. Makkelijk zat zegt Stefaan! Langs de weg zie je op veel plaatsen glazen flessen op tafeltjes staan. Ze bevatten benzine of diesel, en je kan ze per liter kopen….  Als wij een bestelling van 10  liter plaatsen heeft de “pompbediende-garagist” waar-schijnlijk zijn weekloon binnen!
We komen pas laat op onze bestemming aan, maar kunnen met het laatste avondlicht mooi een Roodwangmuisvogel  fotograferen. . ’s-Avonds eten we weer verrukkelijk. Met veel te veel alcohol in ons lijf rollen we ons bed in om morgen vroeg op te staan voor een gezamenlijk tripje naar het kuststadje Quinga.

 

De lange autorit naar de parelwitte stranden van Quinga, 7 november 2010 – dag  6

Rond 6 uur is iedereen klaar en vertrekken we richting Monapo waar ik aan het bezinestation een Kaapse Kwik fotografeer. Van daar uit is het één lange rit naar Quinga . We stoppen een drietal keer waarvan de markt van Liupo de meest interessante plaats is. We kopen er wat mango’s en wat ander fruit. Met een manchette wordt vakkundig voor onze neus een kokosnoot klaargemaakt en het is een genot om onze dorst te lessen met  het frisse sap uit die bruine noot. Iets verderop kunnen we een Bruinkopnicator (55) noteren. Verder zien we alleen soorten die al vroeger op ons lijstje kwamen waaronder een paar mooie soorten zich goed laten zien. Kuiftok en Haggedisbuizerd zijn slechts twee voorbeelden.De weg is mooi maar lang. Nu en dan wordt er een plaspauze ingelast en is er tijd voor een paar foto's. Het landschap veranderd langzaam en hier en daar zie je nu een hoge rots of berg. Wanneer we eindelijk aankomen in Quinga is het zicht op het witte strand aan de Indische Oceaan fenomenaal mooi.  Het hagelwitte strand hebben we bijna voor ons alleen. Zo ver je kan kijken zie je enkel blauwe lucht, zee en zand, ... net een Bounty plaatje maar dan écht! Er wordt even geposeert voor de klassieke groepsfoto waarbij Sonja haar "spierballen" weer eens ontrolt....We verblijven er een uurtje en vermaken ons met de locale jongelui. Maar....het is een lange terugweg dus moeten we dit prachtig oord verlaten. Achteraf beschouwd was het vandaag een beetje te lang in de wagen zitten, maar als je in dit deel van Afrika een bepaalde plaats wil bezoeken moet je rekenen aan een gemiddelde snelheid van maximaal 50 km. per uur. En dan mag je je nog niet laten verleiden om te stoppen voor sightseeing. Op de terugweg stoppen we bij een groepje Gehelmde Parelhoenen (56) die aanstalten maakt om over de weg te lopen. Erg “wild"  zien deze er trouwens niet uit… Als de avond valt zijn we op zo’n 30 kilometer van thuis en houden we halt bij een restaurant die wordt uitgebaat door een Portugees.
We worden er door Stef en Karine getrakteerd op een lekker half kipje met frietjes en een pintje, … dat was al een tijdje geleden… Laat,  maar vol van de opgedane wonderlijke indrukken zoeken we ons bed op. Morgen gaan we vissen!

 


 

8 november. Eerste Visdag. 

Ietsje te laat vertrekken Guy en ik naar Chocas waar Moessa en zijn zoon klaar staan om met ons naar de ligplaats van Guy zijn boot te brengen. Zij zullen ons de ganse dag begeleiden. De “boot” is eigenlijk een veredelde houten sloep welke Guy twee jaar geleden door locale botenmakers liet bouwen. Met zonsopgang kiezen we het zeegat en zien meteen een hoop sterns aan het jagen. De  meest algemene is de Visdief (57),  maar er vliegen ook aardig wat Grote Stern (58), Dwergstern (59) en enkele Bengaalse Sterns (60) waarvan de oranjegele bek toch goed opvalt.   Er springen vaak honderden visjes uit het water, vermoedelijk worden ze opgejaagd door schooltjes kleinere tonijn. Ik krijg na een tijdje een “run” en na een klein kwartiertje komt er een Koningsmakreel  van zo’n goeie 4 kilo boven. De gaf gaat erin want deze lekkere knaap gaat mee! We krijgen nog  3 runs maar geen enkele vis blijft aan de haak zitten. Plots spotten we enkele Walvissen waarvan er één met geheel zijn kop boven water uit de zee komt. Op ons aandringen vaart Moessa in de richting van de oceaanreuzen, maar echt dicht wil hij niet komen. Blijkt achteraf dat hij er bang van is! Toch kunnen we  aardige foto’s nemen van één exemplaar die zijn staart mooi laat zien.  Het blijkt om de Bultrug te gaan, typisch voor deze soort is de onregelmatige rugvin, de onregelmatige staartrand die net voor het duiken helemaal boven komt en de bijna witte onderzijde. Op de terugvaart naar Chocas is het weer raak. Deze keer zien we twee Zeeschildpadden die lekker aan het paren zijn. Van deze soort heeft Moessa veel minder vrees en als Guy de opmerking maakt dat deze dieren geluk hebben dat wij in de boot zitten begrijp ik dat de locale bevolking Zeeschildpadden als een leuke  “bijvangst” zien en ze het vlees van deze prachtige beesten nog steeds heel erg beheren. Vandaag is het echt spektakel op zee, er passeren ons nog verschillende jagende Gepen waarvan de lengte makkelijk anderhalve meter lang blijkt te zijn. Als we moe maar voldaan aanmeren is het al tegen drieën, en vanavond is er weer een feest: We vieren onze eerste vis; en of die gesmaakt heeft!


9 november -  tweede Visdag.

Na de straffe verhalen van gisteren gaat Sonja vandaag mee de boot in. Jammer maar deze tweede visdag waait het weer iets harder en is het zicht bijgevolg heel wat minder. Deze keer gaan we niet richting Ilha de Mozambique maar in de tegenovergestelde richting. We zien vandaag meteen weer heel wat Grote Kuifsterns en nog wat Visdiefjes. Al trollend varen we naar enkele eilanden voor de kust van Mossuril. Plots loopt de lijn van de Penn-molen af en ik sla  meteen een mooie vis aan. Tijdens de dril komt een Baracuda een paar keer uit het water gesprongen en na een verwoede strijd komt een flinke vis langszij. Later zou de vis 1.27 cm. meten en iets meer dan 11 kg wegen! Na de opwinding van deze mooie  vangst landen we eerst op Ilha de Matapa bij Cruz, een schitterend eiland met een prachtig wit strand waar verschillende “paddestoelen” van vulkanisch gesteente staan. Hun vorm hebben ze door de slijtage van het water die door het eb en vloed ritme het midden van de rots wegslijt. Tijdens een korte strandwan deling zien we er verschillende nieuwe vogels; Enkele Terrekruiters (61), Wulpen en Regenwulpen (62) passeren de revue.  We zien en horen veel Zilverplevieren (63) en er vliegt een Visarend (64) boven ons hoofd met prooi in zijn klauwen. Op de terugwandeling komen  enkele Nimmerzatten, een Mangrovereiger en een Bisschopooievaar (65) op het schorre landen en gelukkig kan ik die laatste dicht genoeg benaderen voor het maken van een paar mooie foto’s. Maar de mooiste plaatjes komen van het landschap… De zee kleurt afwisselend smaragdgroen en azuurblauw en het witte strand levert plaatje op die zo in een exotische reisfolder kunnen ………

Van Ilha de Matapa vertrekken we naar Ilha de Jamal, die ook niet ver uit de kust ligt. Hier loopt meer volk rond en iedereen is bezig met het zoeken naar  eetbare schelpen. Stefaan en Karine zijn eveneens eigenaar van een kokosnootplantage op dit eiland en die bezoeken we even. We lopen van hieruit zo de drooggevallen mangrove is en maken even kennis met een koppeltje die op een heel speciale manier hun kostje bij elkaar zoeken. Zij verzamelt allerlei schelpjes terwijl hij aan het vissen is. Met een stukje ijzerdraad waar op het uiteinde een haak aan geplooid is  staat de man te koteren in de kleine gaatjes in de grond. Tot onze verwondering vangt hij op die manier  het ene bontgekleurd visje na het andere. Zelfs een kleine Murene wordt op die manier gespietst. De waadvogels die hier foerageren zijn de soorten die we al overal eerder konden waarnemen. Maar in het mangrovebos zien we een prachtige zangvogel die ik helaas nog niet op naam kon brengen. (geel, zwarte borstvlek). Als we terug aanmeren in Chocas worden enkele foto’s genomen van mijn bijzondere vangst en is het al over drieën en dat betekend hier bijna het einde van de dag….
 

Woensdag 10 november – de dag dat we heel erg dronken werden…

We hadden gisteravond al besloten om “uit te slapen” en niet te gaan vissen. Blijkbaar zorgen de  malariapillen ervoor dat ik onrustig slaap en nogal wat afdroom. Ik ben dan ook weer vroeg uit de veren en met het statief en de Canon 500mm op de schouder wandel ik al om vijf uur ’s morgens de salina’s in. Een paar Kleine Strandlopers en enkele Bontbekplevieren zijn er aan het foerageren maar moeten vlug plaats maken voor de arbeiders van de zoutwinning. Verder zijn hier alleen Kleine Zilverreigers te zien en dus besluit ik terug te keren via het dorp. Ik kom voorbij de plaatselijke waterput en kan er de meest typische Afrikaanse tafereeltjes vastleggen. Met mijn witte huid ben ik voor de plaatselijke bevolking een curiosum en zo staren ze me dus ook aan. Lachen met die dikke, blanke man! Als de meest vermetele om wat geld kom vragen en ik op mijn beurt mijn lege binnenzakken toon ontstaat er een lachsalvo en gaan de meiden spontaan aan het dansen…Even later ben ik alweer net op tijd terug thuis voor het lekkere ontbijt. Samen  met Guy en Sonja besluiten we om meteen te gaan vogelen in de nabijgelegen mangroves en zo de leeggevallen schorre gebieden  te bereiken. Het zou vandaag dan eindelijk de Krabplevier expeditie worden….
Voor we zover zijn maak ik vanuit de wagen de eerst goede foto’s van de Kaneelpieper (66) en een Wespendief (67) die zomaar voor ons komt zitten!  De Zuid-Afrikaanse Boomhop (68) krijgen we maar niet op de foto…. We zien in de salina’s de Vale Strandplevier (69) met pas uitgekipte jongen en mislukken weer foto’s van de Vorkstaartscharrelaar. Tijdens een wandelingetje aan de oevers zien we nog enkele nieuwe soorten zoals Grote Zilverreiger (70)  en een groepje van een goeie 100 Afrikaanse Dwergaalscholvers (71). Ik hoor ook een Bosruiter (72) en er vliegen wat Oeverlopers, kleine Strandlopers en Krombekstrandlopers  rond. De Terrekruiters laten zich het moeilijks benaderen maar de Woestijnplevieren zijn minder schuw. Terwijl we staan te fotograferen gaat een groepje bontgekleurde vrouwen naar hun "werk". Met manden en grote vangnetten lopen ze bij afgaand tij naar de visgronden en als ze ons in de kijker krijgen beginnen ze spontaan te dansen. Afrika: hier is iedereen altijd welgezind!  Aan de rand van de mangrove plukken we een emmertje siri-siri, een soort zeekraal maar dan met smakelijke blaadjes. We rijden nog eens tot in Chocas en terwijl Guy nog wat aan zijn boot wil herstellen blijf ik onder de bomen zitten met enkele lokale vissers. Ze tonen me hun vangst en ik verbaas me erover hoeveel soorten vis hier gevangen  wordt. Het gelach is niet uit de lucht al blijkt dat ik, zittend op omgekeerd bootje niet meer recht kan staan omdat mijn short aan de pek van de net herstelde sloep blijft plakken….
’s Avonds gaan Sonja en ik nog eens de brousse in en zien er nog 3 nieuwe soorten. De Zwartkruintjagra (73), zingt hier net hetzelfde liedje als in Marokko en een koppeltje Goudstaartspechten (74) zijn net iets te vlug weg om ze te kunnen fotograferen.  Natuurlijk volgen weer enkele soorten die ons te vlug af zijn en niet kunnen gedetermineerd worden.
Aan de Salina’s onderhandelen we met een vrouwtje over een half emmertje kokkels – De schelpen zijn verwijderd en de zeevrucht ziet er uit als een mini Sint- Jacobsnootjes. Voor 100 Meticais (goed twee Euro) zijn het de onze. In een waterfles zonder hals krijgen we ze mee.  Deze delicieuze zeevruchten krijgen die avond voorrang op de dis. Met de eerder geplukte siri-siri  en een kokossausje vormen ze een heerlijke basis bij de perfect al dentè gekookte pasta. Hemels! Guy en ik raken in “gesprek” en pas wanneer de fles leeg is gaan we stomdronken  naar bed  ….Aiaiaiaia !
 

Donderdag 11 november, de off-day…. en de citytrip.

Het BELMOZ Alloe  digestief is een verrukkelijk drankje maar een volle fles ledigen is gewoon te veel van het goede… De dag breekt dan ook aan alsof Mossuril in een Vlaamse mist hangt….en het wordt middag vooraleer die optrekt! We houden ons dus een beetje stil en zien toe hoe Agiera, de huishoudster maniok en andere plaatselijke ingrediënten bereidt.  In de namiddag trek ik samen met Sonja de mangrove in maar ben heel blij dat een jongeman zijn diensten als drager aanbiedt. Voor het uren dragen van je statief met camera “betaal” je daarvoor amper 20 meticais (50 Eurocent!). Geen van ons die zich daarover niet een beetje schuldig voelt, maar als je bedenkt dat het maandloon hier amper 50 Euro is… Er zijn weinig mensen die in loondienst werken. Pas als men iets extra wil, gaat men daarvoor werken. Hier vindt men in de natuur immers alles wat men nodig heeft: Het is er altijd goed warm, men hoeft dus nauwelijks kledij. Overal groeit de maniok makkelijk en de mango’s vallen zo uit de bomen. Bovendien haalt men uit de oceaan elke dag  lekkere vis of dito schaaldieren. Het valt op dat men hier vooral lachende gezichten ziet….De voornaamste bezigheid is dan ook voor velen de dagelijkse tripjes om water te halen. Met een Jerrycan van 20 kilo op hun hoofd lopen jonge meisjes kilometers ver, vaak meerdere keren per dag.  Net buiten de mangrove komen we aan zee en is het er weer warm. We maken onze beste foto’s van Terrekruiters en Groenpoten en keren weer naar huis. Vandaag staat weer een uitstap  naar Ilha de Mozambique. Voorbeeldig – en veel beter dan ik deed – stuurt Stefaan onze Ford Pickup langs de arbeiders, fietsers, wandelaars en tegenliggers langs de verbindingsbrug tot op het eiland. We bezoeken er een fantastisch, maar nog in aanbouw zijnd huis van een Zweed die met een plaatselijke schone op het einde van het jaar in het huwelijksbootje stapt. Stefaan en Karine geven ons een kleine rondleiding op dit bijzondere eiland (in de Portugese koloniale tijd was dit de hoofdstad van Mozambique). Door UNESCO is deze plaats uitgeroepen tot werelderfgoed en dat is maar goed ook. Het is er schitterend en hopelijk gaat in de nabije toekomst de herstelling van het vele Portugese erfgoed de goede weg op. Ons stadsbezoek eindigt in een zwoele Jazzy clubrestaurant waar we een uitstekende pizza geserveerd worden.  De 40 kilometer in de duisternis naar Mossuril is moeilijk door het aan èèn stuk laveren tussen de vele nachtzwaluwen…. we zien zelfs dolfijnen oversteken… dacht ik, droomde ik ?!


Vrijdag 12 november, 3de visdag.

We zijn al vroeg op het water en eindelijk kan Guy zijn eerste vis landen. Een Baracuda van over de meter komt binnenboord. Helaas is de vis heel mager en weegt net geen zes kilo. Het “gevecht” stelt op het zwaardere materiaal dan ook niet veel voor. Er gebeurd op het water verder niet zoveel (ik krijg nog een korte strike en Guy verspeelt er nog eentje) en we besluiten er rond de middag maar de brui aan te geven. Ik boek Alfonso om ons ’s avonds rond te leiden en pikken hem op bij zijn “coiffeursalon”. Hij brengt ons naar een savannebiotoop met enkele nabijgelegen salina's  en we verbazen ons over zijn scherpe oog die veel eerder vogels ziet dan wij ze kunnen bemerken. Achtereenvolgens komen nieuw op de lijst: Witbuikhoningzuiger (75), Bijeneter (76),  ♀ Spiegelwidavink  (77) Geelborstbuulbuul (78) en de Roodkeelfrankolijn (79).
 

 
Zaterdag 13 november, 4de en ook laatste visdag.

Het is weer winderig en eigenlijk is het op Guy zijn sloep dan niet bepaald prettig voor een fotograaf. Als we er dan nog in slagen om gedurende uren geen enkele strike te krijgen besluiten we maar om tijdens het hoog water de mangroves van het eiland  Ilha de Matapa bij Cruz in te varen. Alle rotsen zijn nu voor de vogels hoogwatervluchtplaatsen geworden en honderden steltlopers maken hiervan gebruik. We varen zo langs de rotseilandjes met tientallen Zilverplevieren en Nimmerzatten.  Overal zien we Regenwulpen naast een Bengaalse Stern zit een onvolwassen Grote Kuifstern (80). Ideaal om het grote verschil eens goed te kunnen zien!  De zee is extra woelig en weer moeten we er op de middag uit. Wat jammer dat we niet eens een bodemvisserij kunnen doen, dit zou ons ongetwijfeld veel mooie en kleurrijke vissen hebben opgeleverd. Het is al laat als we in de namiddag aankomen bij Belmoz en Sonja en ik besluiten om toch nog eens het baaitje te bezoeken waar we enkele dagen geleden een Vale Strandplevier met jongen zagen. We vinden een van de jongen en ik maak met het laatste licht enkele vertederende foto’s van Sonja en het kleine fragiele vogeltje.
 

Zondag 14 november 2010, tocht naar een bushdorpje.

Voor dag en dauw (?) er weer uit, en vanuit de badkamer maak ik enkele foto’s van de opkomende zon. Deze morgen is het werken geblazen. Stefaan en Karine vragen me om enkele foto’s te maken van hun Aloe producten. We geven er een beetje vorm aan en proberen in dit klein project er ook wat vogels in te verwerken. Hierbij verloopt gauw een paar uur en het is dan ook al na achten als we richting binnenland rijden. Op deze zijweg komen we in dorpjes waar nauwelijks één auto in een weel langs komt. De localen staan dan ook werkelijk naar ons te gapen. Op deze trip maken we weer prachtige foto’s van de mensen in hun – hier nog – natuurlijke habitat en kijken we even nader hoe de bouw van een typische hut hier in zijn werk gaat, meer bepaald hoe zo’n strooien dak aangelegd wordt. Maar het vogelen is hier niet veel soeps en dus besluiten we maar weer naar onze favoriete savannetrip tussen Mossuril en Chocas te rijden. We houden even stil bij één van de Portugeze gebouwen uit de koloniale tijd. Een bronzen plak aan de gevel vertelt ons dat dit geklasseerd erfgoed is maar zoals vrijwel alle oud-koloniale gebouwen wordt er niets aan gedaan. Niet ver hiervandaan zien we onze derde soort Bijeneter, dit maal de langverwachte Groene Bijeneter (81) en ondanks het harde licht kunnen we toch aardige foto’s maken.. Ik krijg een groter roofvogel in ’t oog en zie hem na een gierende glijvlucht (balts?) in de kruin van een palm verdwijnen. Als we er naar toe rijden en uitstappen vliegt de vogel van zijn nest en herkennen we een donkere fase van de Savannearend (82). De vogel cirkelt al roepend rond en na enkele foto’s poetsen wij maar de plaat. In Cabaceira Grande zien we in de tuin van een vervallen restaurant een ♀ Halsbandhoningzuiger (83). We rijden nog even terug naar het savannestukje waar we eergisteren slechts een glimp opvingen van de Frankolijnen. De Witbrauw Graszanger (84) komt voor de lens en Sonja gelooft – in tegenstelling tot ikzelf - rotsvast in de Frankolijnen. Mijn vriendin krijgt deze keer gelijk en we  zien bij valavond de Roodkeelfrankolijnen op net dezelfde plaats opduiken en kunnen ze goed fotograferen.  Op de terugweg naar Mossuril stoppen we nog even om de prachtige Afrikaanse zonsondergang te fotograferen… we krijgen er nooit genoeg van!

 
Maandag 15 november. Laatste vakantiedag!

Het is de laatste volle dag , morgen vatten we de terugreis aan. We besluiten dan ook om op de plantage te blijven en ons te beperken tot het fotograferen van de tuinvogels in combinatie met de tuinvogels. Deze laatste dag is het windstil en rijst de temperatuur naar de 40° C in de schaduw. Het pakken van de koffers vordert langzaam… Het is niet bepaald met onze goesting. Toch betrap ik me erop dat ik een beetje naar de koude verlang. Ik zou hier in Mozambique niet goed aarden. De hitte vind ik fijn, en ik kan er best goed tegen maar de knusheid van een warme sjaal en muts zou ik gauw missen. En laten we het maar niet hebben over  de vluchten vriezeganzen en de bevroren sloten in de polder… Ach!
Ik maak vandaag nog wel enkele mooie foto’s voor mijn intussen omvangrijke verzameling vakantiekiekjes, maar er komen geen nieuwe vogelsoortensoorten meer bij. We besluiten dus het totaal op slechts 85 vogelsoorten en op ornithologisch gebied is deze reis een echte desillusie. Ook het vissen is niet wat wij ervan hadden verwacht maar beide zaken worden ruimschoots gecompenseerd door andere factoren die dit avontuur tot een topper maakten.
Vooreerst de uitstekende gastvrijheid van Stefaan en Karine, hun attent zijn, hun hulpvaardigheid en Karines kookkunsten maakte ons verblijf tot een uitzonderlijk leuke en heuglijke ervaring.  Van Stefaan leerden we het relativeren, "the way of life in relaxed Africa". Van Karine leerden we veel over natuurlijke gezonde voeding, over inzet en passie voor het bereiden ervan en van beiden kregen we (ongewild) een lesje over samenleven met een ander ras. Geen geleuter, geen blablabla,… het gewoon DOEN!   Respect dus voor onze nieuwe vrienden. Ik besluit dan ook om op deze laatste dag het domein van BELMOZ te fotograferen en nog wat extra te doen rond de producten in combinatie met vogeltjes. Dat draait uit in enkele leuke foto's en vooral Stefaan en Karine worden hiermee gecharmeerd.  Als Sonja en ik 's avonds terugkeren van een kratje bier te kopen zien we een prachtige zonsondergang. African Sunset.... Wow!


 

Dinsdag 16 en Woensdag 17 november: Sonja's Verjaardag - Thuisreis.

Het is goed zeven uur als we na een warm afscheid van Mossuril wegrijden. Als warm goodbay zien we nog enkele Groene Meerkatten vlak bij de auto langs de weg. De terugrit is relaxed en wanneer we de auto inleveren in Nampula valt de schadeclaim nog mee. Men smeert me slechts een goeie 300 Euro aan mijn broek voor het nodig carrosseriewerk. Het inchecken gaat vlot.  Ergens, op een hoogte van ruim tien kilometer boven Afrika wordt het een nieuwe dag, ik maak mijn liefje wakker en geef haar een kus en een attentie, het is immers haar verjaardag!  Na een vermoeiende reis komen we 32 uur na ons vertrek in Zaventem aan. We wachten tevergeefs op onze rodcase met daarin onze dure hengels. Na het  papierwerk  voor de schadeclaim nemen we de trein naar huis. Verdorie! toch nog eens Murphy, en nu zonder dat Guy in de omgeving is.... Jammer, zulke goeie hengels kwijt!  - (hengels zijn twee weken later toch goed terechtgekomen)

Geluk zit hem in kleine dingen en als we  om drie uur in de namiddag in Diksmuide aankomen is het eerste wat we doen een pondje zuiver grof varkensgehakt bij beenhouwerij Maeseman kopen… Met de nieuwe Humo in de hand, de verwarming op maximum en een verse pistolet met rauw gehakt zullen we proberen om de klimaat- en cultuurschok de komende dagen te verwerken… Het lukt wel, .... denken we!


People, pets & things from Mozambique

 

DANKWOORD: Het hengelsportmateriaal van het merk PENN werd ter beschikking gesteld door groothandel PURE FISHING.

Rudi Debruyne, 20 november 2010
   

horizontal rule