Senegal 2002

Vorige Start Omhoog Volgende

 

Om reden van "goed gedrag" en puike verkoopsresultaten organiseert CITRÖËN van 14 tot 18 november 2002 een reis met haar beste verkopers naar het exotische Senegal. Het was voor ons een leuk extra reisje en (uiteraard) werden heel wat vogels waargenomen.
 

Donderdag 14 november. Heenreis:
Diksmuide (B) – Saly (SEN).

Om 11.00 uur vertrekken we met een bus richting Parijs waar we met Air-France om 16.20 u. met een Boeiing 747-400 een rechtstreekse vlucht naar Dakar nemen. De vlucht verloopt voorspoedig en na een “warmteschok” en de douaneformaliteiten komen we met een bus aan in Saly. Het vakantiedorp ligt zo’n 80 km. ten zuiden van Dakar en wordt wel eens de “Senegalese riviera” genoemd. Na een hapje en menig drankje zoeken we onze kamers op voor een korte nachtrust.



Vrijdag 15 november.

Vanaf 7.00 u. wordt het licht en op mijn bezoekje aan de prachtige hoteltuinen zie ik de eerste exotische vogels. De Laughing Dove  Streptopelia senegalensis is naast de ons vertrouwde Zwarte Wouw Milvus migrans alomtegenwoordig. De enige Woodland Kingfisher Halcyon senegalensis van de reis wordt hier waargenomen en over zee zien we veel Visdieven Sterna hirundo en Koereigers Bubulcus ibis. Enkele Grauwe Bulbuuls Pycnonotus barbatus en Huismussen Passer domesticus delen hier dezelfde biotoop. In deze exotische plantenwereld komen overal onbekende vogelgeluiden op je af en het is precies als in de begindagen van mijn vogelkijken, nu zo’n goeie dertig jaar geleden: de vogelgids gaat voortdurend open en de “thrill” van de determinatie zou 3 dagen niet uit de lucht zijn….. Veel tijd rest ons echter niet want om 8.30 u. vertrekken we in open 4x4-wagens (met chauffeur en gids) de “brousse” in via de dorpjes Peulgha, Ndianda en Madina Fadial.

We hebben ogen te kort en vallen van de ene verbazing in de andere. Dit is het werkelijke Afrika ! De gezellige drukte in de kleine dorpjes, de schreeuwende kinderen die de jeeps bedelend achtervolgen en steeds maar om “cadeaus” roepen en vooral het prachtig landschap met de talrijke palmen en baobabs dompelen ons meteen in het ware “Afrika-gevoel”. Hier is het asfalt verdwenen en rijden we over zandwegels en manuvreren tussen de talrijke oude wagens (die eigenlijk meer rijdende autowrakken zijn) en de  muilezelkarren door. Langs de weg zien we verschillende felgekleurde  azuurblauwe scharrelaars met prachtig verlengde staartveren. Het blijken Abbyssinian Rollers Coracias abyssiniica te zijn. De snelle rit is niet echt geschikt om vogels te bekijken maar toch kunnen we Senegal Coucal Centropus senegalensis en de Long-Tailed Glossy Starling Lamprotornis caudatus determineren. In het open landschap zien we tientallen Koereigers tussen de kudden zeboes foerageren.  Gelukkig wordt er nu en dan gestopt voor enkele (belachelijke) opdrachten die zelfs op deze zalige vakantie onze eeuwigdurende competitiegeest moet wakker houden. Tijdens die haltes kunnen heel wat nieuwe soorten aan de lijst worden toegevoegd: In de dorpjes met veel palmbomen in de omgeving zien we de African Palm Swift Cypcirus parvus, en de prachtige Specled Pigeon Columba guinea.  Heel hoog cirkelen gieren die door hun zwart-witte onderzijde White-Backed Vultures Gyps africanus blijken te zijn.Eén van de “opdrachten” is de omtrek schatten van een omvangrijke “baobad” en dit is meteen ook de enige halte die niet in een menselijke nederzetting plaatsvindt. Voor onze groep (wij werden de “Wolofs” gedoopt) is dit bijzonder makkelijk want Martine tovert warempel een lintmeter uit haar handtas ! Ik ben niet bijzonder enthousiast voor het wakker houden van de competitiegeest met dergelijke onzin, maar aan mijn lijst voeg ik intussen wel enkele bijzonder mooie soorten toe: White-Shoudered Black Tit Parus leucomelas , White-Billed Buffalo-Weaver Bubalornis albirostris en een Senegal Parrot Poicephalus senegalus laten zich hier goed zien.

Op de middag bereiken we de aanlegsteiger van Ndangane waar we met gemotoriseerde prauwen de Saloum-delta opvaren. Meteen worden hier Sporenkievitten Vanellus spinosus opgetekend en heeft een Reuzenstern Sterna caspia een leuke show. De meest bijzondere waarneming is echter een eenzame Goliath Reiger Ardea goliath maar daarnaast levert de delta ook nog andere mooie soorten op: Western Reef Heron Egretta gularis en Blauwe Reigers Ardea cinerea vissen hier naast negers zonder hengels (lijnvissers slingeren hun lijn met lood aan het uiteinde zo ver mogelijk weg). De slikken zijn foerageergebied voor talrijke Palearctische soorten: de Wulp Numenius arquata is er minder talrijk dan de Regenwulp Numenius phaeopus, de Scholekster Haematopus ostralegus zie je overal maar ook Grutto’s Limosa limosa, Rosse grutto’s Limosa laponica, Dwergstern Sterna albifrons, Kleine Mantelmeeuw Larus fuscus en Groenpootruiter Tringa nebularia doen ons even aan Europa denken. De talrijke Dunbekmeeuwen Larus genei en één enkele Grijskopmeeuw Larus cirrocephalus en verschillende Royal Terns Sterna maxima zijn dan weer meer opwindend. In de mangroves zien we van op minder dan 10 meter zowel Visarend Pandion haliaetus als Long-Tailed Cormorant Phalacrocorax africanus. Uiteraard kwamen we hier voor de twee soorten Pelikanen die je hier makkelijk kunt waarnemen. We zien inderdaad een twintigtal Pink-Backed Pelican Pelicanus rufescens en een prachtige “flock” op thermiek cirkelende Great White Pelicans Pelecanus onocrotalus waarbij een duidelijk contrast op de ondervleugels makkelijk te zien is.  Na zo’n klein uurtje varen bereiken we “Hakuna Matatta”. In het “haventje”, dat niets meer is dan enkele aanlegsteigers, worden we verwelkomd door honderden prachtige krabben. Deze kleine vakantienederzetting is, naar de trofeënfotos te oordelen, een echt sportvissereldorado.
Wij komen hier echter een verrukkelijke maaltijd eten en hebben heel goede waarnemingen van enkele spectaculaire soorten. De mooiste is ongetwijfeld de Red-Billed Hornbill Tockus erythorhynchus die helemaal niet schuw is en vlak bij ons komt foerageren. De talrijke zaadeters die een nabijgelegen voederbak bezoeken bezorgen ons kopzorgen. Het mannetje van de Northern Red Bishop Euplectes ardens is een makkie maar de Grey-Headed Sparrow  Passer griseus en de ????????????? waren, mede omdat ze duidelijk in de rui waren,  verdomd moeilijk te determineren. Rond het vakantiedorpje zien we verder nog Grauwe Bulbuuls, Kuifleeuwerik Galerida cristata en de eigenaar blijkt een Visarend in gevangenschap te houden. De terugvaart levert enkele (verre) waarnemingen op van Bonte IJsvogel Ceryle rudis en één African Grey Hornbill Tockus nasutus. De terugrit met de jeeps is een echte rally en er worden dan ook, buiten een mannetje Grauwe kiekendief Circus pygargus, en enkele Pied Crows Corvus albus geen nieuwe vogels waargenomen. Bij de aankomst in het hotel besluiten wij eerst te bekomen op een terrasje in Saly wat, met een lokaal “Gazelle”biertje van 63 cl. Aardig lukt. We shoppen een halfuurtje en gaan vervolgens het stof weg douchen.  Na een lekkere maaltijd op het terras eindigen we de dag met (te) veel drankjes.  Vandaag zagen we (maar) 42 soorten waarvan  21 nieuw voor mij !

 


Zaterdag 16 november

’s Morgens worden in het hotel enkele Specled pigeons waargenomen, maar we moeten gauw naar de parking waar de bus ons opwacht om ons naar het Retbameer te brengen. Tijdens de rit wordt door Edwin een Levaillant’s Cuckoo Clamator levaillantii gedetermineerd. We stoppen echter geen enkele keer en het is verdorie onmogelijk om, vanuit een rijdende bus, kleine vliegende of zittende vogels te determineren.  Om 11.00 u. komen we aan in het meerkamp waaruit we vertrekken met open terreinwagens (Kamaz 6x6) rond het meer.
Aan het ondiepe meer wordt zout gewonnen en enkele honderden mensen vinden hier hun broodwinning. De plas is redelijk vogelarm en buiten enkele Sporenkieviten, Gele Kwikstaarten Motacilla flava en één Kemphaan Philomachus pugnax wordt niet veel gezien. In de onmiddellijke omgeving van het meer wordt aan landbouw gedaan en te oordelen aan de gewassen moet de grond hier nogal vruchtbaar zijn.  We rijden vervolgens naar een klein huttendorpje waar een aan een ketting gebonden baviaan de show steelt. In het struikgewas en de tamarisken zien we niet alleen veel afval maar doen we ook knalwaarnemingen van de Little Bee-Eater Merops pusillus, Norhern Crombec Sylvietta brachyura en Red-Billed Firefinch Lagonosticta senegala. Verder nog een  Gekraagde Roodstaart Phoenicurus phoenicurus, een prachtige hagedis en de alomtegenwoordige Zwarte Wouwen die hier bijna op onze kop komen zitten. We steken vervolgens de  mooie duinen over om op het  strand van de “Grande Côte”  aan een helse vaart door de   branding te rijden. Hier jagen  we Zilverplevieren Pluvialis  squaterola en Drieteenstrandlopers Calidris alba op. Een prachtig kamp tussen een casuarisbos en de oceaan, met traditionele Mauritaanse tenten (met politiebewaking !) staat voor ons klaar en een verrukkelijke maaltijd met “fruits de mer” specialiteiten uit de zee valt ons ten deel. Liggend genieten wij van de gamba’s, gegrilde barracuda’s en een verrukkelijke rosé terwijl we de Visarenden enorme vissen uit de oceaan zien slaan. Hierna rusten we wat op het strand met zicht op de geweldige branding en honderden voorbijtrekkende Grote Sterns Sterna sandvicsensis en Visdieven.We arriveren vroeg in het hotel en ik besluit om een taxi te huren en een meertje te gaan bekijken op zo’n 10 km. van het hotel. Ik kom een prijs overeen van 20 € en krijg hiervoor zowel een chauffeur en een persoonlijke gids-bodygard voor. Het meertje is een plas van zo’n 50 ha. waar heel wat steltlopers huizen. Veel meeuwen waaronder de eerste Kokmeeuwen Larus ridibundus en Zwarte Sterns Chlidonia niger vliegen boven het water. Er zitten hier honderden steltlopers waaronder veel Grutto’s, Kemphanen, Oeverlopers Actitis hypoleucos, Bosruiters Tringa glareola Tureluurs Tringa totanus, Kluten Recuvirostra avosetta, Bonte Strandlopers Calidris alpina, Kleine strandlopers Calidris minuta, Bontbekplevieren  Charadrius hiatecula, Stelktkluten Himantopus himantopus, en Sporenkieviten. Minder talrijk zijn Krombekstrandlopers Calidris ferruginea en Poelruiters Tringa stagnatilis . Ook Witte Kwikstaarten Motacilla alba en een Western Reef Heron foerageren op de slikken. Terwijl we in het omliggend struikgewas nog een tiental Long-Tailed Glossy Starlings zien, komt bij valavond een vlucht van zo’n 50 Flamingo’s Phoenicopterus ruber een even grote groep aan de achterkant van het meer vervoegen. Hier zien we ook nog vijf Pink-Backed Pelicans en als de duisternis bijna is ingetreden roesten zo’n 70 Koereigers in één boom. De talrijke muggen beginnen te steken en ik besluit me maar terug te laten voeren. Ik zie op de terugweg nog verschillende uilen de baan oversteken maar kan er geen enkele determineren. In de grote bomen van zo’n klein dorpje komen minstens honderd Zwarte Wouwen slapen en dit levert een onvergetelijk schouwspel op.  De dag was al prachtig verlopen maar hetgeen we ‘s avonds meemaakten was van een zeer hoog niveau. Na het stof afgespoeld te hebben werden we afgehaald door de plaatselijke bevolking die ons zingend en dansend, langs het strand onder het licht van hun fakkels naar het nabijgelegen Senegalese dorp van het hotel brachten. Onder het waakzaam oog van een “Griot” beleefden we hier het voorouderlijke avondwaken van Zwart Afrika. Onder de opzwepende percussie dansten de ranke gazellen tot het zweet van hunprachtige zwarte lijven gutste. In het licht van de maan en de fakkels, met zo’n 25 graden liepen de rillingen over ons lijf. Ophitsende muziek en dans zorgden ervoor dat enkele meisjes hele maal in trance raakten en een vervalste worstelpartij tussen twee krijgers deed daar nog een schepje bovenop. De merkwaardigste figuur werd echter de “panter” die niet alleen prachtig verkleed was maar die een mimiek ten beste gaf waar menig Vlaamse theateracteur jaloers op kan zijn. Na heel wat drinks en menig dansje (waar steeds weer opvalt hoe belachelijk de blanken zich kunnen maken en ons ras in vergelijking met de zwarten net zoveel ritme bezit als een stapel wankele, diepe borden) besluiten de hardste onder ons nog niet te gaan slapen. Een nachtelijk discotheekbezoekje levert menig “lokaal contact” op, maar ‘s anderdaags zien we ieder-een “gezond” terug.

Vandaag tekenden we 24 bijkomende vogelsoorten op waarvan weer 4 totaal nieuw voor mij.
 


 

Zondag 17 november

De laatste dag ! Na het pakken en wegspoelen van de respectievelijke katers met fruitsap en koffie vertrekken we na het ontbijt met 2 bussen richting Dakar. Langs de weg zien we weer heel wat (niet te determineren) vogels. Gelukkig rijd de bus wat trager in de omgeving van een nationaal park en hier zien we dan gelukkig ook een Kroonkraanvogel Balearica pavonina gewoon langs de weg boven op een boom zitten. Tijdens een sanitaire stop, vlakbij Dakar, worden Pied crow, Hooded Vulture Necrocyrtes monachus en Little Swift Apus affinis gezien. In een ijltempo rijden we eerst door de achterbuurten en vervolgens door de boulevards van Dakar waarbij we ons precies voyeurs voelen die mensen bekijken in een soort dierentuin. Het is geen schrijnende armoede wat wij zien maar toch is duidelijk dat dit een stad is van grote contrasten. Bedelende mensen hebben echter net dat ene algemeen met zij die welgesteld zijn: iedereen lacht hier en het is alsof iedereen heel goed beseft dat gelukkig leven belangrijker is dan de godganse dag lopen te klagen. Alhoewel ze natuurlijk meer willen, hebben wij de indruk dat mensen hier blij zijn met wat ze hebben. Hier geen modewoorden als “stress” en “onthaasting”. Vriendelijkheid, een mooie lach en vooral: alles op’t gemak – ja, ik kan me hier wel in terugvinden….
  Op de noen worden we ingescheept voor een bezoek aan het slaveneiland aan het slaveneiland Goree. Vanaf de  boot zien we veel Aalscholvers Phalacrocorax carbo waarbij opvalt dat alle adulte exemplaren een extreem witte nek hebben. Op het schip maken  we kennis met de gewiekste zakenvrouwen uit Goree. Ze leggen meteen beslag op je en verleiden je om aan hun  respectievelijke winkeltjes als eerste een bezoek te brengen. De trucjes die hiervoor worden gebruikt bestaan zowel uit het vlechten van je haar als het showen van hun baby’s. Alles heeft echter zijn charme en na zo’n halfuurtje leggen we aan de steiger op het eiland. Het geleid bezoek aan het gebouw waar honderdduizenden negers verscheept werden naar de Nieuwe Wereld dompelt ons onder in een ongekende droefenis. Ik voel hier plotseling een diepe schaamte opwellen voor mijn ras. Het besef hier te staan op één van de meest naargeestige plaatsen uit de menselijke geschiedenis overvalt me en ik laat mijn tranen de vrije loop. Hoe kunnen mensen elkaar 400 jaar lang zoiets aandoen en vooral: waarom bestaan er nog steeds rassisten ? Leert men het dan nooit ? Na nog een flinke zedenles ontvangen te hebben van onze zwarte gids (prachtige man, 25 jaar, ontzettend vriendelijk en intelligent,) die mij duidelijk maakte dat het hier niet alleen de blanken betreft zo het om “schuld” gaat. Zijn eigen voorvaders hielpen hun broeders vangen en verkochten hun eigen familie voor waardeloze prullen als een kam of een spiegel, en daar zijn deze moderne jongelingen nu nog niet over….Na een verrukkelijke maaltijd met prachtige etnische muziek op het met riet overdekte terras met zicht op de Atlantische Oceaan maken wij nog een toer rond het kleine eiland. Het is er prachtig en het doet een beetje aan Zuid-Europa denken. Huisjes zijn rood-roze geschilderd en op veel plaatsen staan bloemen. We zien overal prachtige plaatjes opduiken en er wordt er dus op los gefotografeerd. Langs de kliffen komt een Torenvalk Falco tinnunculus voorbij geschroefd en ik kan een mannetje Sudan Golden Sparrow Passer lutus determineren. We zoeken een rustig plaatsje op aan de heuvel en maken hier kennis met een “Rasta” die in eenoude bunker uit W.O. II woont. Het bleek een bekende gitarist te zijn die reeds toerde in West-Europa. Ooit had hij zelfs opgetreden in Luik en toonde ons zijn krantenknipsels hierover. Je gelooft het of niet maar die man haalde spontaan een prachtige Gibson uit zijn gitaarkist en speelde voor ons de Senegalese versie van “No women , no cry”. We beseften pas dat de man blind was toen we hem wat geld wilden toestoppen…. Met een krop in de keel namen we afscheid, ja, dat was een prachtige herinnering aan een plaats die niemand van ons kan vergeten. Op de terugvaart hebben we nog eens ongelofelijk plezier met de lachetaarten–verkoopsters die er in slagen onze laatste CFA’s uit onze portemonnees te halen en overladen met allerlei prullaria (souvenirs) leggen wij weer aan in Dakar. Hier wordt nog een laatste bezoek gebracht aan de lokale souvenirmarkt van Soumbédioune maar dat is er voor velen een beetje te veel aan. Om 19.00 u. komen we aan in het exclusieve restaurant “Le Terrou-bi” waar ons, na een verkwikkende douche een gastronomische maaltijd wordt geserveerd om U tegen te zeggen. Na de koffie en een laatste toespraak vertrekken we naar de luchthaven om rond middernacht te vertrekken naar ons koude kikkerland. Vandaag konden we slechts 6 nieuwe vogelsoorten aan de lijst toevoegen, 4 daarvan waren nieuw voor mij.
 

 

 

Maandag 18 november

De nachtvlucht verloopt voorspoedig en na wat (kleine) bagageperikelen ontbijten we op de bus richting Wauters-Brakel. Er wordt nog wat nagenoten en deze reis wordt ongetwijfeld positief geëvalueerd. We zijn dan ook Citroën erg dankbaar voor deze prachtige Afrika-ervaring.

 

 

 

Rudi Debruyne – 20 november 2002.

                                                                                                                                                                                                                                                                                               
Boek een geslaagde avond voor Uw vereniging met een professionele presentatie !
 

horizontal rule